WORD
ORDER
PLAATS
VOOR TIJD
At six
o’clock tomorrow (kleine VOOR grote)- TIJD
At the
corner of the street in London (kleine eenheid voor grote) - PLAATS
Bijwoorden
van onbepaalde tijd (ever, never, sometimes, always)
1
werkwoord in de zin - VOOR eerste werkwoord
I always
go home.
Meer werkwoorden in de zin - na het eerste werkwoord
I
should always have done my homework when I was young
TO BE - meteen NA de vorm van to be
I am
always late.
Oefening:
http://www.meestergijs.nl/item/bijwoorden-van-tijd-en-plaats/?categoryID=38
WORD ORDER
|
Normale
woordvolgorde in het Engels:
ONDERWERP
|
GEZEGDE
|
MEEW. VWP
Aan/ voor
|
LIJD. VWP
Wie/ wat
|
BEPALING
PLAATS
|
BEPALING TIJD
|
He
|
has given
|
her
|
some flowers
|
in London
|
Yesterday.
|
They
|
will send
|
me
|
a brochure
|
|
Tomorrow.
|
Meewerkend voorwerp komt NA
het lijdend voorwerp als er TO voor staat:
He has given some flowers to her.
DUS:
WOORDVOLGORDE BIJ NORMALE (BEVESTIGENDE)ZINNEN:
Onderwerp à werkwoord(en) à rest
He has
given me a present
|
WOORDVOLGORDE BIJ VRAGENDE ZINNEN:
Hulpwerkwoordenà onderwerpà hoofdwerkwoord
à rest
Has he given me
a present?
Let op 1!
Als er geen hulpwerkwoord in de zin staat gebruik je
een vorm van DO:
Tegenwoordige tijd: DO of DOES (gevolgd door het hele werkwoord)
Verleden tijd : DID (gevolgd door het hele werkwoord
Woont hij in Roermond? Does he live in Roermond?
Woon jij in Herkenbosch? Do you live in Herkenbosch?
Ging hij gisteren naar de stad? Did
he go to town yesterday?
Let op 2!
De Nederlandse woordvolgorde is vaak
heel anders dan de Engelse woordvolgorde. Werkwoorden staan, anders dan in
het Nederlands, zoveel mogelijk bij elkaar.
Mijn zus kijkt vaak naar
thrillers. My
sister often watches thrillers.
Ik heb hem op het station ontmoet. I
have met him at the station
|
Bepalingen van PLAATS
en TIJD staan meestal aan het einde van de zin:
PLAATS: He met me in a restaurant. (waar)
TIJD: He visited me yesterday. (wanneer)
Bepalingen van PLAATS
komen vóór TIJD:
He drove too fast in the streets
of London (plaats)
at midnight (tijd).
Bepalingen van
tijd kunnen ook vooraan in de zin staan:
TIJD: Yesterday he went to London.
TIJD: He went to London
yesterday.
Als er meerdere
bepalingen van TIJD of PLAATS in de zin staan dan komt de nauwkeurigste tijdsbepaling vóór
de minder nauwkeurige:
We’ll meet her on the corner of
the Highstreet (plaats) in London
(plaats) at seven o’clock (tijd) tomorrow (tijd).
|
WORD ORDER: BIJWOORDEN VAN ONBEPAALDE TIJD
|
De onderstaande
bijwoorden hebben een aparte plaats in de zin:
Always, never, occasionally, often,
seldom, sometimes, usually, already, ever, just (net, pas), still, almost,
certainly, completely. Hardly, nearly, quite, certainly, definitely,
obviously, probably, also, even, just (gewoon), only, really
|
NA HET 1e
WERKWOORD als er meer
werkwoorden in de zin staan
- He has certainly surprised me.
|
VOOR HET WERKWOORD als er maar één werkwoord in de zin staat
- He often watches thrillers.
- They seldom read books.
|
NA
am, is are, was, were
- He was never at home
- They are sometimes at school on Saturday.
|
NA het onderwerp in vraagzinnen
- Is she really ill?
- Do you always read comics?
|
VOOR of ACHTERAAN als het een mening weergeeft
- Unfortunately he didn’t pass his exam.
ACHTERAAN
MET NADRUK
- The job must be done carefully.
|
EXERCISES 1:
ZET DE ONDERSTAANDE ZINNEN IN DE JUISTE
VOLGORDE
- children/ very much/ I/ like.
- Susan/ her penfriend/ every week/
a letter/ writes.
- their holidays/ in Spain/
they spent/ last year/ in November.
- to London/ for a few days/ he’s going.
- bought/ some shirts/ yesterday/ in
town/ I.
- in the kitchen/ a kiss/ gave/
Joan/ me/ at four o’clock/ yesterday.
- at seven/ can come/ They/ to my
house/ tomorrow.
- to her/ I/ my pen/ have given.
- in springtime/ You/ can see/ in Holland/ many tulips.
- in Rome/ I/ two years/ spent.
EXERCISE 2:
GEEF DE JUISTE
PLAATS AAN VAN HET BIJWOORD TUSSEN HAAKJES
- I can remember her name (never).
- He takes sugar in his tea
(usually).
- The baby is asleep (almost).
- He can be serious (never).
- He complains (always).
- Harry works hard (always).
- She is ill (seldom).
- I am late (never).
- Do you go to a museum? (often).
- Does she go by bus? (always)
EXERCISE 3: Zet de bijwoorden die
tussen haakjes staan op de juiste plaats in de zin.
voorbeeld:
They eat Brussels sprouts. (rarely)
schrijf op: They
rarely eat Brussels sprouts.
1.
I have heard an African song. (never)
2.
It could have been written by your brother. (also)
3.
This hotel here is closed. (frequently)
4.
She has been to Paris.
(seldom)
5.
Why does he complain about the food? (always)
6.
I have been invited by my pen-friend. (often)
7.
My sister has been dancing all night. (probably)
8.
Do people in Belgium
speak French and Flemish? (generally)
9.
John plays tennis with his classmates. (usually)
10.
This painting has been painted by Picasso. (undoubtedly)
EXERCISE 4: Zet
de bijwoorden die tussen haakjes staan op de juiste plaats in de zin.
voorbeeld: They eat Brussels
sprouts. (seldom)
schrijf op: They
seldom eat ....
1. I find it difficult to remember people's birthdays. (generally)
2. Somebody has to remind me. (usually)
3. There's a birthday I don't forget, if I'm not reminded on time.
(seldom)
4. Last week, for instance, I forgot my mother's birthday! (almost)
5. It's funny that I have forgotten my own birthday, though! (never)
6. This restaurant is open 7 days a week. (usually)
7. Why are you complaining about the weather? (always)
8. His brother has been playing tennis all afternoon. (probably)
9. This painting has been painted by Rembrandt. (definitely)
10. I have been to a Casino. (never)
Exercise 5: vertaal de
volgende zinnen in het Engels
- Hij heeft mij gisteren een cadeau gegeven.
- Mijn naam is Bram en ik woon op de Stationsweg in
Amsterdam.
- Ik heb uw advertentie in de Daily Telegraph van 2
juli gelezen.
- Hij heeft gisteren veel te hard gereden in Roermond.
- De politie heeft hem een flinke bekeuring gegeven.
- Uw advertentie sprak mij heel erg aan- ik houd erg
veel van honden en katten.
- Ik zou graag in de vakantie willen werken in
Engeland.
- Kunt u mij uw antwoord per omgaande sturen?
- Ik heb hem gisteren in een restaurant in Londen
ontmoet.
- Hij kijkt veel naar Deense thrillers op tv.
- Ik heb u vorige week een brief gestuurd maar ik heb
nog geen antwoord ontvangen.